Etymologie, Etimología, Étymologie, Etimologia, Etymology
NL Königreich der Niederlande, Reino de los Países Bajos, Royaume des Pays-Bas, Regno dei Paesi Bassi, Kingdom of the Netherlands
Wortart, Clase de Palabra, Catégorie grammaticale, Parte del Discorso, Part of Speech
Adverb, Adverbio, Adverbe, Avverbio, Adverb

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

ver (W3)

Im Niederländischen findet man neben dem Suffix ndl. "ver-" auch ein Adverb ndl. "ver" mit der Bedeutung dt. "weit", "fern", "entfernt", "weitläufig", ndl. "niet ver van" = dt. "unweit", ndl. "ver(re) van mooi (goedkoop, …)" = dt. "alles andere als schön (billig, …)", ndl. "ver te zoeken zijn fig" = dt. "(noch) in weiter Ferne liegen".

Das ndl. "verre" findet man in ndl. "van verre" = dt. "von weitem", "aus der Ferne", "(von) weither", ndl. "verre van" = dt. "alles andere als", ndl. "op verre na niet" = dt. "bei weitem nicht", ndl. "het is verre van mij (om te)" = dt. "es liegt mir fern (zu)".

Gemeinsam mit dt. "fern" geht ndl. "ver" zurück auf mhdt. "ver", "verre", ahdt. "ferro," got. "faírra", engl. "far", altisl. "fjarri". Als Wurzel wird ide. "*per-" = dt. "über etwas hinausführen" postuliert. Zur Verwandtschaft zählen auch altind. "pára" = dt. "fort", "weg", griech. "péra" = dt. "darüber hinaus", "jenseits". Als Adjektivformen findet man mhdt. "verre", althdt. "ferri".

(E?)(L?) http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/ver1

ndl. "ver" bw., ((zich bevindend) op grote afstand)

[dt. "weit", "fern"; Verwandte(r): "entfernt", "weitläufig"]

N. van der Sijs (2010-2015), Nederlandse woorden wereldwijd

ndl. "ver" "op grote afstand" -> Deens "fjern" "op grote afstand" (uit Nederlands of (Neder- of Hoog-)Duits); Javindo "fer" "op grote afstand"; Negerhollands "ver" "op grote afstand"; Berbice-Nederlands "faru" "op grote afstand" (uit Nederlands of Engels).

M. Philippa e.a. (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands

ndl. "ver" bw., bn. "(zich bevindend) op grote afstand"

Onl. "ferro" (bw.) "op grote afstand"; "in hoge mate" in "tohopa Allero endo erthon in an seuui ferro" "hoop van alle uiteinden van (de) aarde en ver weg op zee" [10e eeuw; W.Ps.], "thiu ... sich so uerro gemeret" "die zich in hoge mate vergroot" [ca. 1100; Will.], "Sie was vil uerre them wege" "zij was op zeer grote afstand van de weg" [1151-1200; Reimbibel]; mnl. "verre" "op grote afstand" in "dat der heilege Seruatius. dare quam also uerre" "dat de heilige Servatius daarheen kwam over een zo grote afstand" [1200; VMNW], "Niet verre van iherusalem" "niet ver van Jeruzalem" [1285; VMNW], ook "in een bepaalde mate" in "ware te verstane hoe uerre het taerliede vonnesse boert" "zou men moeten weten in hoeverre het tot hun vonnis behoort" [1251-75; VMNW], "van waterleden alsoe uerre alse opt wouters vallen" "wat betreft de afwateringssloten voor zover ze op Wouters (land) gelegen zijn" [1271-72; VMNW] en "Dats verre die beste ghifte" "dat is verreweg de beste gift" [1374; MNW-R], ten slotte verkort tot "ver in Niet ver en was 't" "het was niet ver" [1390-1410; MNW-R]. Daarnaast onl. "ferreno" (bw.) "van grote afstand" [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. "van verren" "id." [1240; Bern.], in "En licht ... So claer dat ment van verren sach" "een licht, zo helder dat men het van verre zag" [1265-70; VMNW].

Mnl. "verre" (bn.) "zich op grote afstand bevindend" in "in en verre lant", "in een ver land" [1265-70; VMNW], "op den versten Wingart berch" "op de verste wijnberg" [1285; VMNW].

Oorspr. is dit woord in alle Germaanse talen alleen een bijwoord. In de West- en Noord-Germaanse talen is het later ook een bijvoeglijk naamwoord geworden. Naast "verre" "op grote afstand" stond een bijwoord van richting "verren" "van grote afstand", dat gevormd is met hetzelfde achtervoegsel als in - beneden, - binnen, - heen enz., en dat alleen voorkwam in de combinatie "van verren".

Bij mnl. "verre": os. "fer", "ferre" (mnd. "ver", "vere", "verre"); ohd. "fer", "ferro" (mhd. "ferre"); ofri. "fir" (nfri. "fier"); oe. "feor", "feorr" (ne. "far"); on. "fjarri" (nzw. "fjär"); got. "fairra"; alle "op grote afstand", - pgm. "*ferro-", "*ferra-", door haplologie uit ouder "*ferero-".

Bij mnl. "verren": os. "ferran", "ferrana" (mnd. "verren", "vern", "verne"); ohd. "ferrana", "ferranan" (nhd. "fern", "ferne"); ofri. "ferne"; oe. "feorran"; on. "fjarran" (nzw. "fjärran"); - pgm. "*ferr-ana-".

Afleiding met het Indo-Europese comparatiefachtervoegsel "*-ero-" bij de wortel "*per-" (IEW 810 e.v.), waarbij ook in andere talen woorden bestaan met vergelijkbare betekenis: Grieks "péra" "verder"; Sanskrit "pára-" "verder", "parás" "ver"; Avestisch "para-" "later", "weg-"; Oudiers "hire", "ire" "verder"; Armeens "heri" "ver". Aangezien er geen vergelijkbare afleiding met "*-ero-" in de andere Indo-Europese talen voorkomt, gaat het wellicht om een Germaanse nieuwvorming naar het model van pgm. "*after-", "*uber-", "*under-", zie resp. - achter, - over, - onder (Lloyd/Lühr). Sommige oude korte Germaanse vormen (os. "fer", ohd. "fer", oe. "feor") zouden ook kunnen teruggaan op een grondvorm zonder achtervoegsel, dus pgm. "*fera".

Mnl. "verre" is klankwettig verkort tot nnl. "ver", maar nog gangbaar in de vaste verbindingen "verre van" "geheel anders dan" en "van verre" "van grote afstand" en in samenstellingen zoals "verreweg" "in bepaalde (hoge) mate" (zie - -weg), een jonger synoniem van "verre" zoals in de vindplaats hierboven uit 1374.
...
P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek, 2e druk, Van Dale

"ver"*, "verre" ["op grote afstand"] {oudnederlands "ferro" 901-1000, middelnederlands "ver", "verre"} oudhoogduits "ferro", middelnederduits "verre", naast oudnoors "ferri", gotisch "fairra", voorts oudsaksisch "fer", oudengels "feorr"; buiten het germ. latijn "per" [door … heen], grieks "pera" ["verder"], "peran" ["aan gindse zijde van"], armeens "heri" ["ver"], hettitisch "para" ["verder", "voorwaarts"], oudindisch "para-" ["verder"], verwant met "varen" (2).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek

"ver" (1), "verre" bnw. bijw., mnl. "verre", onfrank. ohd. "ferro", mnd. "verre" naast on. "ferri", "fjarri", got. "fairra" en verder os. "fer", owfri. "feer" (secundair "fir"), oe. "feor", "feorr" (ne. "far"). — Oorspr. bijw., dan ook bnw.; daarvan afgeleid mnl. van "verren" = onfrank. "ferreno", os. "ferrana", ohd. "ferrana" (ohd. "ferne", "fern"), ofri. "ferne", oe. "feorran" on. "fjarran" "van verre", "ver". — lat. "peregre" "in den vreemde", osl. "perum" "zonder", gr. "péra" "verder", "péran" aan gene zijde", oi. "para-" "verwijderd", "pára" "verder", toch. A "pre" "buiten", oiers "ire" (- "*perios") "verder", arm. "heri" "verwijderd" van idg. wt. "*per" (IEW 810-8).

De vorm met "rr" kan men opvatten als comparatief idg. "*perero" > germ. "*ferera" (Brugmann IF 33, 1913-4, 300); door dissimilatie zou dan de tussenvocaal zijn uitgevallen. - Opmerkelijke vormen zijn mnl. "verde", "vorde", nog zeeuws "varde", "vare" (geabstraheerd uit de comp. "verder"?). — Van de idg. wt. "*per" "overheen" zijn in het nnl. afgeleid:

van "peri" voor en "ver" (2)

"pr" "voort"

"prouo" "vroon-", "vrouw"

"per" "varen", "voeren", "voord".

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal

"ver" (I), "verre" bnw. bijw., mnl. "verre" bijw., ook reeds bnw. "ver" = onfr. ohd. "fërro", mnd. "vërre" "ver". Hiernaast os. "fër", ofri. "fîr" (secundair; owfri. ook "feer"), ags. "feor", "feorr" (eng. "far") “id.” en on. "fjarri", got. "faírra" “id.”. Al deze vormen zijn oorspr. bijw., in eenige talen zijn ze geleidelijk ook bnw. geworden. In mnl. "van verren" "van verre" steekt een met onfr. "fërreno", ohd. "fërrana" (nhd. "fern", "ferne"), os. "fërrana", ofri. "fërne", ags. "feorran", on. "fjarran" "van verre", "ver" overeenstemmende vorm. Niettegenstaande zeer vreemde vormen als mnl. nnl. dial. (o.a. Zaansch, Bommelerwaardsch, achterh.) "veer", Zeeuwsch "varde", "vare" mogen wij van geen andere grondvormen dan met germ. "ferr-" uitgaan. De oorsprong van de "rr" is onzeker. Verwant zijn o.a. ier. "ire" "verder", osk. "perom" "zonder", gr. "pérã" "ultra", arm. "heri" "ver", oi. "pára-" "verdere", "vroegere", "latere", "verder" de bij "vaar", "ver-" II en "voor" II besproken woorden. Deze basis "per-" is wsch. identisch met die van "varen" II, "veer" II, die "over", "door iets heengaan" beteekent.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement

"ver" I, "verre". Zeeuws "varde", "vare": vormen als "verde", "vorde" reeds mnl.

De "rr" wordt het eenvoudigst verklaard door een comparatiefformatie aan te nemen (vgl. "over" en "onder"): germ. "*ferera-" - idg. "*perero-": Brugmann IF. 33, 300 vlg. Het uitvallen van de tussenvocaal laat zich als een verschijnsel van dissimilatie verklaren.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal

"ver" (1) bijw. (verwijderd), Mnl. "verre", Onfra. "ferro" + Ohd. "ferro" (Mhd. "verre", "verne", Nhd. "fern"), daarbij Os. "fer", Ags. "feor" (Eng. "far"), On. "fjarri" (Zw. "fjerran", De. "fjern"), Go. "fairra" + Skr. "paras" = "verder", Arm. "heri" = "ver", Gr. "péran" = "aan gene zijde", Oier. "ire" = "verder".
...
Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.


Erstellt: 2018-12

W

X

Y

Z